Het verdict? Verandering!

Ik draai me om en neem nog een slok van mijn blik Redbull. De gevleugelde drank die ik moeilijker kan loslaten dan mijn achtentwintig sigaretten per dag of de drang om enkele honderden euro’s in een bingo-kast te proppen. De verslaving die het minst zichtbaar en voelbaar is, maar zeker zo schadelijk.

Eenzaam kijk ik uit over het verlaten station van Leuven. 02u48. Vrijdagavond, dus zelfs Leuven slaapt. De studenten zijn reeds huiswaarts gekeerd, de laatste trein is ruim een uur geleden al op stal gezet, klaar om gepoetst te worden en verwarmd de nacht door te brengen. En ik sta hier verkleumd op het perron, ook om de nacht door te brengen. Al werkend.

Lift in. Deur toe. Druk op 4. ‘Ding’. Deur open.

Dit is het dan. Hier zijn we. Mijn nieuwe habitat, noodgedwongen, voor de komende maanden. Of worden het jaren? Geen idee. Al kan de plaats van tewerkstelling al eens wisselen, net als de uren. Nog meer verandering. Niets blijft hetzelfde. Ook ik niet.

Ik ben veranderd en met mij ook alles wat ik ooit wist, want niets voelt nog hetzelfde. Ik moet alles – behalve dan mijn liefde voor Laura – terug in vraag stellen en in het licht plaatsen van mijn nieuwe ‘ik’, want die is in geen werelden te vergelijken met de oude versie. Die is anderhalf jaar geleden beginnen verdwijnen, samen met mijn papa.

Emotionele decompressie door middel van gegeneraliseerde angststoornissen…

Een verdict. Op papier, pijnlijk, confronterend. Een verklaring voor mijn plotse schrik in het donker. Mijn angst voor vreemde geluiden, mijn overgevoeligheid aan allerhande impulsen. En plots werd de droomjob een illusie, want met schrik in het donker kan je moeilijk treintjes besturen. Met pilletjes die je concentratie aantasten al helemaal niet.

Drie maanden was ik effectief buiten strijd. Drie maanden thuis. Een trimester van enorme vermoeidheid, twijfels, tranen en angst. Mijn hoofd onder het kussen stoppen – de handen die het kussen tegen mijn oren duwen – omdat ik buiten iets hoorde waar ik schrik van had. “Het is de kat maar”. Maar die kat, die ik altijd gewend was, joeg me de stuipen op het lijf. Een simpel etentje op restaurant wordt een hele overwinning als je je niet kan concentreren op je gesprekspartner omdat alle ándere gesprekken eveneens ‘triggers’ zijn.

Ik wou alleen zijn. Rust hebben. Ik wou niét alleen zijn. Onder de mensen komen. Ik wou slapen, maar ook niet (want in het donker werd ik bang). Ik wou lezen, maar vergat elke derde pagina wat er op de twee vorige pagina’s gebeurde. Ik wou een binaire puzzel invullen maar moest halverwege toegeven dat ik niet wist hoe ik verder moest. Ik wou alles, maar kon niets.

Ik. Zat. Vast.

Nu zijn we drie maanden verder. Ik ben maandag terug beginnen werken – op advies van de controlegeneesheer – en ik ben blij dat ik eindelijk terug een bezigheid en wat structuur heb. Als ‘noteerder’ ben ik sinds deze week de persoon die de collega-treinbestuurders in Leuven hun papieren overhandigt bij aanvang van hun dienst, de persoon die de verlofaanvragen inschrijft en de ziektemeldingen noteert. Ik heb nog contact met mijn collega’s, godzijdank, en ik zit niet ergens vast op een bureautje tussen vier muren. Ik kan me hier wel in vinden en ik mag blij zijn dat ik deze kans nog krijg, voor hetzelfde geld stond ik nu werkloos op straat. De nachten in Leuven neem ik er met plezier bij, er is geen mooier station om tijdens een korte wandelpauze foto’s van te nemen.

Daar ik langdurig (alvast meer dan een half jaar) medicatie moet nemen ter ondersteuning, word ik vast en zeker medisch afgekeurd voor veiligheidsfuncties. Ik zal het met een job als deze moeten doen of me in de toekomst moeten omscholen naar iets waar ik mezelf nog jaren in zie werken. Dat wringt, natuurlijk, maar ik moet realistisch zijn en aanvaarden wat er gebeurt. Rationeel lukt dat. Emotioneel daarentegen heb ik nog geen afscheid kunnen nemen van mijn droomjob. Maar nogmaals, ik zal moeten.

Nu wordt het ook werken aan mezelf. Aan die nieuwe versie, die andere Jan. Wekelijks de psycholoog bezoeken en babbelen, zoeken, wikken en wegen. Kijken welke stressfactoren vermeden kunnen worden, welke dingen me helpen en welke dingen net niet. Verdergaan waar ik een maand geleden mee begonnen ben: stoppen met roken, stoppen met mijn overdaad aan suikers, snoep, Cola en Redbull. Me verder uitleven in de fitness, ik had nooit gedacht dat het me zo zou meevallen. Denken waar ik naartoe wil met mezelf in de toekomst en wat me in het verleden allemaal tot dit punt in mijn leven gebracht heeft. Tijd nemen voor mezelf en voor Laura-en-mij, want ik besef dat al de rest zó vervlogen kan zijn. Me focussen op de dingen die ik kan en wil doen en me niet blindstaren op enkel de dingen die moeten, op het negatieve. Genieten van vrienden en familie om me heen en eindelijk ons huisje verbouwd krijgen. Maar vooral: terug rust zoeken. Berusting. In mezelf en het veranderde leven waar ik nu in sta. Met beide voeten, weliswaar, de kin omhoog en de borst vooruit.

Ik ga proberen meer te verwoorden. Woorden zijn altijd mijn uitweg, mijn houvast geweest. Ik zeg al jaren dat ik ga schrijven, misschien moet ik nu – met mijn vele dagelijkse gependel – maar eens de daad bij het woord voegen. Dit is al een mooi begin. Graag reactie, dan weet ik ook dat mijn schrijfsels ergens een publiek vinden. En misschien vind ik ergens in de reacties wel inspiratie voor een boeiend verhaal of een interessante anekdote.

Trekgenot

geniet maar, geniet maar

voor zolang het mag duren

vandaag staan we samen

voor gloeiend hete vuren

sleur maar, trek maar

aan mij, je lange vriend

doe rustig, niet té snel

je hebt het verdiend

het duurt maar even

een minuutje of vier

dus trek niet te snel

verleng je plezier

rol me tussen je vingers

speel wat met mij

de dames kijken toch al

echt, voel je vrij

maar doe ook eens iets anders

misschien wat kortere halen

want anders…

…moet je straks een nieuw pakje gaan halen.

– je sigaret